All official European Union website addresses are in the europa.eu domain.
See all EU institutions and bodies
© SIGMA Plan
Het gecontroleerde overstromingsgebied Kruibeke Bazel Rupelmonde (KBR) is een belangrijk onderdeel van het Sigmaplan van België en biedt bescherming tegen overstromingen voor 20.000 hectare in het Schelde-estuarium en biedt ook herstelde habitats en recreatie. Het heeft zijn doeltreffendheid voor het eerst bewezen tijdens het sterke getijevenement van januari 2018, waarbij een nuttig buffergebied werd geboden en gevaarlijke overstromingen werden voorkomen.
Het Kruibeke Bazel Rupelmonde (KBR) Controlled Flood Area (CFA) is een belangrijk onderdeel van het Belgische Sigmaplan voor het Schelde-estuarium. Het Sigmaplan is een geïntegreerd overstromingsbeschermingsplan dat dijken, zeeweringen en overstromingsgebieden combineert om ongeveer 20.000 hectare land te beschermen tegen overstromingen.
Binnen het Sigmaplan is het KBR-terrein het belangrijkste gecontroleerde overstromingsgebied, dat naar verwachting het overstromingsrisico langs het Schelde-estuarium met vijf keer zal verminderen. Om het KBR-gebied te creëren, werden werkzaamheden uitgevoerd om drie aaneengesloten polders (gebieden met teruggewonnen land) – de polders Kruibeke, Bazel en Rupelmonde – open te stellen voor gecontroleerde getijdenactie. De heropende polders bieden niet alleen een afweersysteem tegen overstromingen van de Schelde, maar vormen een brede natuurlijke en aantrekkelijke ruimte, waar bos- en kreekhabitats werden hersteld, visbestanden werden beheerd en recreatiemogelijkheden werden geboden. Het systeem heeft zijn doeltreffendheid reeds bewezen, tegengaand de gevolgen van stormvloedgebeurtenissen. Momenteel is het KBR een van de meest bezochte locaties van het interventiegebied van het Sigmaplan, met een toenemende aantrekkelijkheid voor toeristische activiteiten.
Casestudy Beschrijving
Uitdagingen
Het KBR CFA is een kernproject binnen het Sigmaplan, met de grootste wateropslagcapaciteit van alle door het Sigmaplan gecontroleerde overstromingsgebieden. Het Sigma Plan is ontworpen als reactie op de stormvloedramp van 1976. Tijdens deze storm brak een dijk in Ruisbroek, stroomopwaarts van het KBR-terrein, overstroomde deze stad en de omliggende landen en vereiste de evacuatie van meer dan 2.000 mensen. Als gevolg van de klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel zullen dergelijke extreme weersomstandigheden naar verwachting de komende decennia vaker voorkomen. Het optreden van stormvloedvloeden zoals gemeten in Antwerpen is sinds de jaren vijftig al aanzienlijk toegenomen. Het KBR CFA biedt een grote opslagplaats voor water tijdens stormvloeden, waardoor het risico op overstromingen langs het Schelde-estuarium wordt verminderd.
Beleidscontext van de aanpassingsmaatregel
Case partially developed, implemented and funded as a climate change adaptation measure.
Doelstellingen van de aanpassingsmaatregel
Het hoofddoel van het KBR Controlled Flood Area is het verminderen van overstromingsrisico's langs de Schelde en haar belangrijkste zijrivieren, inclusief het perspectief van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Met de toevoeging van lopende en toekomstige Sigma Plan-projecten zal het minimumniveau van bescherming tegen overstromingen in het Schelde-estuarium verder worden verbeterd. Als gevolg hiervan zullen overstromingsgebeurtenissen naar verwachting slechts eens in de 1.000 jaar plaatsvinden, rekening houdend met een zeespiegelstijging van 25 cm tegen 2050.
De secundaire doelstelling van het KBR is het bieden van natuurcompensatie voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen en voor gerelateerde grote infrastructuurwerken: het natuurcompensatiegebied van het gebied omvat 150 hectare vogelweide voor werkzaamheden in verband met het Deurganckdok in de haven en 300 hectare getijdenmoeras voor Schelde-infrastructuurwerken.
Aanpassingsopties geïmplementeerd in dit geval
Oplossingen
Het Kruibeke Bazel Rupelmonde (KBR) Gecontroleerd Overstromingsgebied is ontstaan door het verlagen van de hoogte van de voormalige overstromingsbeschermingsdijken langs de Schelde en het verder landinwaarts aanleggen van nieuwe dijken op de juiste overstromingsbeschermingshoogte.
Het KBR-terrein levert een belangrijke bijdrage aan de overstromingsveiligheid langs het Schelde-estuarium vanwege de grote omvang (600 hectare), de strategische ligging en het lage niveau van het land, waardoor een grote wateropslagcapaciteit wordt gewaarborgd. Het KBR gecontroleerde overstromingsgebied bestaat uit wat oorspronkelijk drie afzonderlijke, aaneengesloten polders waren (gebieden met teruggewonnen land), de Kruibeke, Bazel en Rupelmonde polders. Deze polders werden voornamelijk gebruikt voor agrarische en recreatieve doeleinden zoals visvijvers. Hoewel deze functies grotendeels konden worden behouden binnen een gecontroleerd overstromingsgebied, werd in plaats daarvan besloten om het gebied om te vormen tot een natuurgebied als compensatie voor gebieden die werden getroffen door de uitbreiding van de Antwerpse haven en werkzaamheden in de Schelde. Deze keuze om de natuur te ontwikkelen binnen de CFA weerspiegelt de geïntegreerde aanpak van het Sigma Plan, dat overstromingsbescherming en natuurbescherming combineert.
Reeds vóór het project werden de drie polders aangewezen als speciale beschermingszones in het kader van de habitatrichtlijn van de EU, met name op basis van de aanwezigheid van prioritaire habitats van “resterende overblijfselen van bossen op alluviale gronden”. Bovendien werden de polders aangeduid als beschermd op grond van de vogelrichtlijn. Om de vereiste compensatie te creëren voor natuurgebieden die worden getroffen door de haven van Antwerpen en andere infrastructuurwerken, werden 300 hectare getijdenmoerassen, 150 hectare weidevogelgebied en 91,9 hectare bos ontwikkeld binnen het gecontroleerde overstromingsgebied.
Met het oog op het creëren van getijdenmoerassen zijn in de buitendijk verschillende stuwdammen geplaatst om een gecontroleerd getij binnen de CFA mogelijk te maken. Het systeem laat water uit de Schelde in het gebied stromen door hoge stuwmeren tijdens hoog water, en verlaat het gebied tijdens laag water door lage stuwmeren. De hoge stuwen zijn belangrijk omdat ze de effecten van hoog- en neapgetijden binnen de KBR CFA mogelijk maken. Bovendien zorgt de combinatie van uitlaat en inlaat voor een regelmatige uitwisseling van organismen en voedingsstoffen tussen het Gecontroleerde Overstromingsgebied en de Schelde. Een lage stuw wordt vrijwel permanent opengehouden om een continue wateruitwisseling tussen de Schelde en de Kruibeekse kreek mogelijk te maken. Weirs zijn ontworpen als visvriendelijk, om vismigratie te ondersteunen. De stuwdammen zijn ook essentieel voor het verwijderen van overtollig water uit de CFA na stormvloedgebeurtenissen boven de buitendijkse dijken. Ze kunnen ook voorafgaand aan een verwachte stormvloed worden gebruikt om de waterafvoercapaciteit van de CFA te maximaliseren.
De CFA is in 2015 in werking getreden. Het heeft zijn doeltreffendheid voor het eerst bewezen tijdens het sterke getijevenement van januari 2018, waarbij een nuttig buffergebied werd geboden en gevaarlijke overstromingen werden voorkomen. De polders vormen niet alleen een gecontroleerd overstromingsgebied, maar bieden ook een breed natuurgebied. Door de deelname aan het door LIFE gefinancierde SCALLUVIA-project (2013-2018) werd ongeveer 90 hectare alluviaal bos en kreken hersteld, werden de visbestanden beheerd en werd het recreatief gebruik van het gebied verbeterd. Daarnaast heeft het project recreatieve functies op het hele terrein geïntegreerd, waaronder wandel- en fietspaden, educatieve wegwijzers, observatiepunten en recreatieve vangstmogelijkheden. De polders van Kruibeke, Bazel en Rupelmonde vormen de grootste en meest bezochte Sigma Plan-site in Vlaanderen, die een populaire toeristische attractie wordt voor recreatieve activiteiten.
Er zijn ook een aantal werkzaamheden net buiten het KBR CFA uitgevoerd. Het gaat onder meer om de aanleg van een klein ontpolderd gebied langs de Schelde vlak voor de buitendijk van de CFA en twee stroomgebieden aan de landzijde van de binnendijken. Het ontpolderde gebied is volledig blootgesteld aan het getij omdat de dijkbescherming verder landinwaarts is verplaatst, waardoor een getijdenwetland is ontstaan. De twee stroomgebieden werden gecreëerd om water op te slaan uit de kreken die tijdens normaal bedrijf door de CFA stromen. Tijdens stormvloedgebeurtenissen zullen de kreken niet in staat zijn om in de CFA te stromen, omdat de stuwen waardoor de kreken gewoonlijk stromen, zullen worden gesloten en deze stroomgebieden zijn gebouwd om hun water tijdelijk op te slaan. Het noordelijke stroomgebied is ontwikkeld tot een recreatiegebied met verschillende visvijvers en een wandelpad.
Aanvullende details
Participatie van belanghebbenden
Deelname van belanghebbenden is een essentieel onderdeel van het KBR-project. Lokale oppositie begon nadat het project in 1977 werd aangekondigd als onderdeel van het eerste Sigma Plan, wat leidde tot vele jaren vertraging. Tegen het einde van de vorige eeuw, terwijl alle andere originele Sigma Plan-projecten al waren voltooid, waren de werkzaamheden aan de KBR CFA nog niet begonnen. De oppositie kwam voort uit bezorgdheid over de veiligheid van het gemeentebestuur van Kruibeke, bezorgdheid van milieu-ngo's over het bestemmingsplan en verzet van boeren en eigenaren van visvijvers in het KBR-gebied die niet wilden worden onteigend.
Om deze aanzienlijke oppositie aan te pakken, besteedde de Vlaamse regering extra aandacht aan de relaties met belanghebbenden en projectcommunicatie. Er werd aandacht besteed aan specifieke groepen belanghebbenden, waaronder: boeren, natuurliefhebbers, gemeenten en omwonenden. Er werden inspanningen geleverd om de relaties met deze groepen belanghebbenden te bevorderen en om bredere steun van de bewoners van Kruibeke te verkrijgen door hen gestage updates over het project te geven. Na verloop van tijd slaagde het project erin om steun van belanghebbenden te vergaren en (na juridische stappen) bijna alle grond in de polders te onteigenen. De ondersteuning van lokale burgers werd verbeterd door de integratie van recreatieve mogelijkheden voor lokale burgers en anderen en door stappen om specifieke projectproblemen aan te pakken. De recreatieve mogelijkheden werden ook overwogen om nieuwe zakelijke kansen te bieden door meer toerisme. In 2014 was de lokale steun toegenomen na veranderingen in het gemeentebestuur.
In dit proces heeft de aanwijzing van het gebied als natuurcompensatiegebied voor de haven van Antwerpen het politieke profiel van het project verhoogd en een impuls gegeven om tot een akkoord te komen en in 2001 met de werkzaamheden te beginnen.
Om de polders na de voltooiing van de werken goed te beheren, is begin 2020 een natuurbeheerplan opgesteld en beschikbaar gesteld voor openbare raadpleging. Het plan heeft tot doel de biodiversiteit van fauna en flora duurzaam te behouden en te versterken en te zorgen voor een veilige toegankelijkheid van paden en dijken.
Succes en beperkende factoren
De belangrijkste succesfactoren zijn:
- Het project creëert een groot geïntegreerd en multifunctioneel gebied dat zorgt voor overstromingsveiligheid, natuurlijke habitats en recreatieruimte.
- Een langdurig proces van communicatie en het opbouwen van relaties met lokale gemeenschappen en belanghebbenden heeft bijgedragen tot het omkeren van een groot deel van de oppositie tegen het project. In de mededeling werd de nadruk gelegd op de functies van het project voor de lokale veiligheid en ook voor recreatie.
- Door het project te koppelen aan compensatie voor natuurgebieden die door de Antwerpse haven worden getroffen, werd het politieke profiel van het project versterkt.
Ondanks deze elementen moet worden opgemerkt dat zowel politieke als juridische processen, waaronder de onteigening van particuliere grond, lang hebben geduurd, met bijna 40 jaar tussen het oorspronkelijke voorstel en de voltooiing ervan. Eind 2014 waren bijna alle problemen met het lokale publiek en belanghebbenden opgelost en was het project bijna voltooid, maar één probleem bleef de voltooiing blokkeren. Verschillende industriële pijpleidingen die door de polders liepen, moesten worden omgeleid om de dijkwerken af te ronden. Volledige verplaatsing van pijpleidingen stuitte op sterke tegenstand van een van de eigenaarsbedrijven, wat leidde tot juridische procedures en dus de voltooiing van de binnendijk vertraagde. Het controversiële werd uiteindelijk opgelost, waardoor de ontwikkeling van meer dan 130 hectare extra ruimte voor de natuur mogelijk werd.
Kosten en baten
Het budget voor de ontwikkeling van het KBR CFA bedroeg 100 miljoen. Ongeveer driekwart van het budget werd gebruikt voor studies en bouw en een kwart voor onteigening van grondeigenaren. Voor de uitvoering van het project werden meer dan 100 afzonderlijke contracten gegund. Zie voor meer informatie over kosten en baten de casestudy van het Sigma Plan.
Juridische aspecten
De natuurcompensatieprojecten die een centraal onderdeel van het KBR-project vormen, zijn gekoppeld aan de habitat- en vogelrichtlijnen van de EU. De aanleg van het Deurganckdok in de haven van Antwerpen vereiste een compensatie van 150 hectare vogelweidegebied. Andere infrastructurele werken met betrekking tot de Antwerpse haven vereisten de compensatie van 300 hectare natuurlijke getijdengebieden binnen het KBR CFA.
Implementatie tijd
Het project is gestart in 1977 en de CFA is in 2015 in gebruik genomen. De werkzaamheden voor natuurherstel en de volledige verwezenlijking van het gebied voor recreatieactiviteiten zijn tot 2018 voortgezet in het kader van het door LIFE gefinancierde SCALLUVIA-project van de EU. Natuurbeheer en -onderhoud is een voortdurende inspanning die aan bod komt in het door de Vlaamse overheid opgestelde Natuurbeheerplan
Levensduur
Geen specifieke levensduur vastgesteld; het gebied zal regelmatig onderhoud en onderhoud nodig hebben, waarmee het een permanent onderdeel van het landschap zal worden.
Referentie-informatie
Contact
Stefaan Nollet
Project Engineer
Waterwegen en Zeekanaal NV – Department Sea Scheldt
Anna Bijnsgebouw - Lange Kievitstraat 111-113 bus 44 - 2018 Antwerp
E-mail: Stefaan.nollet@wenz.be
Wim Dauwe
Head of unit
Waterwegen en Zeekanaal NV – Department Sea Scheldt
Anna Bijnsgebouw - Lange Kievitstraat 111-113 bus 44 - 2018 Antwerp
E-mail: wim.dauwe@wenz.be
General contact: https://www.sigmaplan.be/en/contact-us
Referenties
De SIGMA PLan
Gepubliceerd in Climate-ADAPT: Apr 11, 2025
Please contact us for any other enquiry on this Case Study or to share a new Case Study (email climate.adapt@eea.europa.eu)

Language preference detected
Do you want to see the page translated into ?