All official European Union website addresses are in the europa.eu domain.
See all EU institutions and bodiesBerlin Hbf (Europaplatz), Berlijn, Duitsland |
|---|
Vervoer
Kernboodschappen
- De gevolgen van de klimaatverandering in de vervoerssector houden verband met extreme weersomstandigheden en hydrologische gebeurtenissen, zoals stortregens, stormen en extreme wind, zeepieken, overstromingen of hittegolven. Deze uitingen van klimaatverandering hebben vooral gevolgen voor de vervoersinfrastructuur en dus voor het vervoer zelf, de betrouwbaarheid en veiligheid ervan.
- In het kader van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering zullen aanpassingsmaatregelen op vervoersgebied op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd met andere initiatieven in het kader van de Europese Green Deal, zoals de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit. Deze strategie legt, samen met een actieplan, de basis voor de wijze waarop het vervoerssysteem van de EU zijn groene en digitale transformatie kan verwezenlijken en beter bestand kan worden tegen klimaatverandering. Een belangrijk actieterrein van de EU is de klimaatbestendigheid van het door de EU gefinancierde trans-Europees vervoersnetwerk. Evaluaties van vervoersgerelateerde aspecten van de aanpassing aan de klimaatverandering worden verstrekt in de verslagen van het rapportagemechanisme voor het vervoersmilieu van het EEA.
- Een ander belangrijk gebied is de actualisering van de normen voor de veiligheid en prestaties van infrastructuur in een veranderend klimaat, in samenwerking met de Europese normalisatieorganisaties.
Impacts en kwetsbaarheden
Vervoer is een integraal onderdeel van de economie en de samenleving en speelt een cruciale rol in het dagelijks leven van mensen en bedrijven. De maatregelen om de veerkracht van het vervoer te vergroten en het vervoerssysteem minder kwetsbaar voor klimaatverandering te maken, moeten worden opgevoerd in overeenstemming met de inspanningen om het vervoer minder koolstofintensief, duurzaam en slimmer te maken.
Klimaatverandering beïnvloedt de transportsector op verschillende manieren. De meeste effecten hebben betrekking op extreem weer en hydrologische gebeurtenissen, zoals stortregens, stormen en extreme wind, zeegolven, overstromingen of hittegolven die in de toekomst waarschijnlijk vaker zullen voorkomen als gevolg van klimaatverandering. Deze uitingen van klimaatverandering hebben vooral gevolgen voor de vervoersinfrastructuur en dus voor het vervoer zelf, de betrouwbaarheid en veiligheid ervan.
Het beleid dat gericht is op de gevolgen van, de kwetsbaarheid voor en de aanpassing aan de klimaatverandering (CCIVA) van het vervoer is gericht op het versterken van de veerkracht van het vervoer tegen de gevolgen van de klimaatverandering, in overeenstemming met de inspanningen om de gevolgen van het vervoer voor het milieu en het klimaatsysteem tot een minimum te beperken.
Beleidskader
Op Europees niveau zijn de beleidsprocessen in de vervoerssector voornamelijk gericht op de matiging van de klimaatverandering en de vermindering van de milieueffecten van het vervoer, wat de aanpassing ten goede komt, maar niet specifiek de aanpassing.
Gezien het systemische karakter van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering zullen aanpassingsmaatregelen in het vervoer op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd met andere initiatieven in het kader van de Europese Green Deal, zoals de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit. Deze mobiliteitsstrategie legt, samen met een actieplan, de basis voor de manier waarop het vervoerssysteem van de EU zijn groene en digitale transformatie kan verwezenlijken en beter bestand kan worden tegen klimaatverandering. Het “Fit for 55”-pakket omvat een wetgevings- en beleidsinitiatief voor een herziening van het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS), met inbegrip van de uitbreiding ervan tot de scheepvaart, de herziening van de regels voor luchtvaartemissies en de invoering van een afzonderlijk emissiehandelssysteem voor wegvervoer en gebouwen.
Het door de EU gefinancierde trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) wordt klimaatbestendig gemaakt door de EU-wetgeving inzake richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het TEN-T-netwerk. Het TEN-T-evaluatieproces van de Europese Commissie van 2019 heeft geleid tot de herziening van de verordening en de respectieve richtsnoeren. Het doel van dit evaluatieproces is de ontwikkeling van een efficiënt, veilig, slim en duurzaam vervoersnetwerk dat rekening houdt met digitalisering en de klimaatverandering aanpakt. Op basis van de resultaten van het evaluatieproces zal de herziene TEN-T-verordening in november 2021 door de Commissie worden opgesteld en voorgesteld.
Verbetering van de kennisbasis
Het IPCC AR6 WG II-verslag Klimaatverandering 2022: Impacts, Adaptation and Vulnerability omvat kwetsbaarheden en aanpassingsopties voor de vervoerssector binnen verschillende hoofdstukken, vanuit een mondiaal perspectief en verschillende regionale perspectieven, waaronder Europa, het Middellandse Zeegebied en het Noordpoolgebied. Vervoer wordt gezien als een onderdeel van bredere aggregaten, zoals stedelijke nederzettingen en belangrijke infrastructuren, voornamelijk in verband met de stijging van de zeespiegel of het ontdooien van de permafrost. De verstoring van de vervoersinfrastructuur is een belangrijke risicofactor binnen het representatieve kernrisico voor laaggelegen kustsystemen en voor de voedselzekerheid, gezien de relevantie van de wereldwijde voedselhandel. In het noordpoolgebied zal het vervoer naar verwachting ingrijpende veranderingen ondergaan als gevolg van de klimaatverandering: de opening van nieuwe routes zal naar verwachting nieuwe kansen en nieuwe uitdagingen met zich meebrengen, zowel voor vracht- als passagiersschepen; Het ontdooien van permafrost zal naar verwachting leiden tot grote verstoringen van de transportroutes over land in het noordpoolgebied, met zeer beperkte mogelijkheden om doeltreffende aanpassingsoplossingen toe te passen.
De kennis van CCIVA in het vervoer in Europa wordt geleidelijk opgebouwd en verbeterd door middel van door de EU gefinancierd onderzoek en regelmatige beoordelingsprocessen door gerenommeerde organisaties, waaronder IPPC-beoordelingsrapporten, UNEP GEO-rapporten en verslagen van het EEA Transport and Environment Reporting Mechanism (TERM).
In het IPPC AR5-verslag werd erop gewezen dat voor de vervoerssector structurele aanpassingsmaatregelen, infrastructuurverbeteringen en rampenrisicobeheer worden aanbevolen, terwijl sommige aanpassingsmaatregelen aanzienlijke nevenvoordelen, synergieën en compromissen met zich mee kunnen brengen.
De OESO speelt in op de uitdaging van klimaatadaptatie door regeringen te ondersteunen bij het plannen en uitvoeren van effectief, efficiënt en billijk aanpassingsbeleid. In 2016 publiceerde de OESO, in samenwerking met het International Transport Forum, het rapport Adapting Transport to Climate Change and Extreme Weather, waarin de fundamentele uitdagingen worden aangepakt die de klimaatverandering met zich meebrengt voor eigenaren van vervoersinfrastructuur. In dit verslag worden strategieën onderzocht die vervoersautoriteiten kunnen helpen de risico's voor de netwerkprestaties in verband met veranderende extreme weerpatronen te verminderen.
Vervoersgerelateerde aspecten van de aanpassing aan de klimaatverandering worden ook behandeld in de TERM-verslagen van het EEA. Het EEA-rapport Nature-based solutions in Europe: Beleid, kennis en praktijk voor aanpassing aan de klimaatverandering en rampenrisicovermindering beschouwt duurzaam stadsvervoer als een integraal onderdeel van aangepaste en klimaatbestendige steden. In het EEA-rapport Adaptation of transport to climate change in Europe (Aanpassing van het vervoer aan de klimaatverandering in Europa) worden de huidige praktijken voor aanpassing aan de klimaatverandering met betrekking tot vervoer in Europese landen onderzocht. Het biedt een overzicht van de uitdagingen en de stand van de aanpassingsmaatregelen, een evaluatie van verschillende initiatieven in verschillende landen en conclusies over mogelijke verdere stappen.
Onderzoeksprojecten gericht op de aanpassing van het vervoer aan de klimaatverandering werden ondersteund in het kader van het Horizon 2020-programma en met name in het kader van de maatschappelijke uitdagingen op het gebied van slim, groen en geïntegreerd vervoer. Het belangrijkste doel van het project RESilient transport InfraSTructure to extreme events is het vergroten van de weerbaarheid van transportoperaties tegen natuurlijke en door de mens veroorzaakte extreme gebeurtenissen. Een ander project, Future proofing strategies FOr RESilient transport networks against Extreme Events, is gericht op het vergroten van de veerkracht van kritieke elementen van multimodale vervoersinfrastructuur zoals bruggen, tunnels en terminals. Het op GIS gebaseerde Infrastructure Management System for Optimized Response to Extreme Events on Terrestrial Transport Networks heeft tot doel holistische methoden, strategieën, instrumenten en technische interventies te ontwerpen, valideren en implementeren om de veerkracht van de binnenvaartinfrastructuur aanzienlijk te vergroten. de ontwikkeling van een beslissingsondersteunend systeem om de veerkracht van de vervoersinfrastructuur te vergroten op basis van gecombineerd gebruik van terrestrische en luchtsensoren; en geavanceerde modelleringshulpmiddelen is het hoofddoel van het PANOPTIS-project.
Ondersteuning van investeringen en financiering
In het meerjarig financieel kader (MFK) bedraagt de totale toewijzing van het programma Connecting Europe Facility – Vervoer 12,8 miljard EUR voor de hele programmeringsperiode 2021-2027. Deze middelen zouden moeten worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur en het vergroten van de veerkracht ervan, met inbegrip van het TEN-T-netwerk.
Vervoersprojecten op nationaal niveau die onder meer gericht zijn op het vergroten van de weerbaarheid van het vervoer tegen klimaatverandering, zullen via operationele programma’s financieel worden ondersteund door de financiële instrumenten van het cohesiebeleid van de EU. De totale toewijzing van de EU-bijdrage voor de hele programmeringsperiode bedraagt 274,3 miljard EUR.
In de vorige financieringsperiode 2014-2020 werd het cohesiebeleid ondersteund door de Europese structuur- en investeringsfondsen, en een van de investeringsprioriteiten, die relevant zijn voor de aanpassing in het vervoer, waren “netwerkinfrastructuur in vervoer en energie” met een totale begroting van 67,3 miljard EUR, en “Aanpassing aan klimaatverandering & amp; Risicopreventie” met een begroting van 43,2 miljard EUR. De Europese Commissie heeft een factsheet gepubliceerd over klimaatverandering en grote projecten waarin de eisen en richtsnoeren met betrekking tot klimaatverandering voor grote projecten verder worden uiteengezet.
Het Civitas SUMP plus-project, gefinancierd door het Horizon 2020-programma, helpt burgers van elke omvang bij de uitvoering van plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit. Dit project creëert nieuwe benaderingen en tools in zes 'stadslaboratoria' zoals Antwerpen in België en Platanias in Griekenland. Goede praktijken en lessen die uit deze laboratoria zijn getrokken, zullen worden overgedragen aan politici, praktijkmensen en onderzoekers in de lidstaten en aan richtsnoeren en instrumenten.
Een voortzetting van Horizon 2020 is het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon Europa voor de periode 2021-2027, met een totale begroting van 95,5 miljard EUR. De structuur van het programma bestaat uit vier onderzoeksprioriteiten. Binnen de prioriteit Mondiale uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen zullen de projecten in de vervoerssector worden gefinancierd in het kader van het thema Klimaat, energie en mobiliteit, met een totale begroting van 15,1 miljard EUR.
Een uitgebreid overzicht is te vinden op de pagina EU-financiering van aanpassingsmaatregelen.
Ondersteuning van de uitvoering
De belangrijke maatregel om het vervoer in de EU minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering is het ontwikkelen en op grote schaal gebruiken van klimaatbestendige infrastructuurnormen. Vervoersinfrastructuur vormt de ruggengraat van het vervoerssysteem en de toepassing van deze normen zal ertoe bijdragen dat de infrastructuur bestand is tegen schadelijke gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, sterke wind of extreem hoge temperaturen. De Commissie heeft met Europese normalisatieorganisaties samengewerkt om de normen voor de veiligheid en prestaties van infrastructuur in een veranderend klimaat te actualiseren. Begin 2015 werd de CEN-CENELEC-coördinatiegroep aanpassing aan klimaatverandering opgericht naar aanleiding van het EU-mandaat om klimaatbestendige infrastructuurnormen te herzien en te ontwikkelen. In de eerste fase van dit normalisatieverzoek werden 13 normen geselecteerd voor herziening door technische comités, waarvan twee normen, namelijk elektrische en elektronische toepassing voor spoorwegen en grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen, met betrekking tot de vervoerssector. In de tweede fase, die eind 2017 van start ging, werd de herziening van de normen voortgezet. Tegelijkertijd is de CEN-CENELEC-gids voor de aanpak van de aanpassing aan de klimaatverandering in normen ontwikkeld om technische comités te ondersteunen bij de herziening van normen met betrekking tot klimaatverandering. De Commissie heeft de lidstaten aangemoedigd om nationale normalisatie te betrekken bij de uitvoering van hun nationale aanpassingsstrategieën.
De Europese Commissie ondersteunt duurzame stedelijke mobiliteit door het concept van duurzame stedelijke mobiliteitsplannen (Sustainable Urban Mobility Plans, SUMP) te promoten, dat wordt geschetst in de mededeling "Samen naar concurrerende en hulpbronnenefficiënte stedelijke mobiliteit". Het algemene doel van SUMP’s is de levenskwaliteit van burgers te verbeteren door de belangrijkste milieugerelateerde vervoersuitdagingen in steden aan te pakken, zoals lucht- en geluidsverontreiniging, klimaatverandering en de integratie van nieuwe mobiliteitsdiensten. De uitvoering van SUMP’s zorgt ervoor dat het vervoerssysteem gediversifieerder en milieuvriendelijker wordt, zodat het ook beter bestand is tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De herziene editie van de Richtsnoeren voor de ontwikkeling en uitvoering van een plan voor duurzame stedelijke mobiliteit is ontwikkeld naar aanleiding van een eenjarig proces van betrokkenheid van belanghebbenden.
MRE van aanpassing
Pan-Europese monitoring-, rapportage- en evaluatieprocessen in de vervoerssector vinden voornamelijk plaats met betrekking tot de beperking van de klimaatverandering, namelijk de koolstofintensiteit van het vervoer en de broeikasgasemissies (rapportage aan het UNFCCC), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in het vervoer of de milieuprestaties van het vervoer. Er is geen Europese, verplichte en op wetgeving gebaseerde rapportage die een overzicht biedt van de effecten, kwetsbaarheden en aanpassing van het vervoer in de EU-lidstaten.
In de toekomst moet de uitvoering van duurzame stadsontwikkelingsplannen regelmatig worden gecontroleerd en geëvalueerd overeenkomstig de SUMP-richtsnoeren om de doeltreffendheid en toegevoegde waarde voor de levenskwaliteit in steden en de aanpassing aan de klimaatverandering van het vervoer te maximaliseren.
Highlighted indicators
Resources
Highlighted case studies
Language preference detected
Do you want to see the page translated into ?