European Union flag

Kernboodschappen

  • De gevolgen van de klimaatverandering in de vervoerssector houden verband met extreme weersomstandigheden en hydrologische gebeurtenissen, zoals stortregens, stormen en extreme wind, zeegolven, overstromingen of hittegolven. Deze uitingen van klimaatverandering hebben vooral gevolgen voor de vervoersinfrastructuur en dus ook voor het vervoer zelf, de betrouwbaarheid en veiligheid ervan.
  • In het kader van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering zullen aanpassingsmaatregelen in het vervoer op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd met andere initiatieven van de Europese Green Deal, zoals de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit. Deze strategie legt samen met een actieplan de basis voor de manier waarop het vervoerssysteem van de EU zijn groene en digitale transformatie kan verwezenlijken en beter bestand kan worden tegen klimaatverandering. Een belangrijk actieterrein van de EU is de klimaatbestendigheid van het door de EU gefinancierde trans-Europees vervoersnetwerk. Evaluaties van vervoersgerelateerde aspecten van de aanpassing aan de klimaatverandering worden verstrekt in de verslagen van het rapportagemechanisme voor het vervoersmilieu van het EEA.
  • Een ander belangrijk gebied is de actualisering van normen voor de veiligheid en prestaties van infrastructuur in een veranderend klimaat, in samenwerking met de Europese normalisatieorganisaties.

Impacts, kwetsbaarheden en risico's

Vervoer is een integraal onderdeel van de economie en de samenleving en speelt een cruciale rol in het dagelijks leven van mensen en bedrijven. Maatregelen om het vervoerssysteem minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering moeten worden geïntegreerd met inspanningen om het vervoer minder koolstofintensief, duurzamer en slimmer te maken.

Klimaatverandering heeft op verschillende manieren gevolgen voor de vervoerssector. De meeste effecten hebben betrekking op extreem weer en hydrologische gebeurtenissen, zoals stortregens, stormen en extreme wind, zeegolven, bosbranden, overstromingen of hittegolven die waarschijnlijk vaker voorkomen in een opwarmend klimaat.

In de Europese klimaatrisicobeoordeling werden de risico’s van pluviale, rivier- en kustoverstromingen voor vervoersinfrastructuur op het land als bijzonder urgent aangemerkt. Alle vormen van vervoer over land, over rivieren en over zee worden echter blootgesteld aan klimaatrisico’s. Uit de beoordeling blijkt ook dat infrastructuuractiva en -netwerken vaak met elkaar verbonden zijn, zodat een storing op een bepaald punt in het netwerk kan doorstromen naar andere regio’s en sectoren. Extreme weersomstandigheden kunnen bijvoorbeeld gevolgen hebben voor transportdiensten, waardoor gezondheids- en hulpdiensten kunnen worden beperkt.  Lage waterstanden in rivieren kunnen gevolgen hebben voor de commerciële scheepvaart, met trapsgewijze effecten op de industriële en energieproductie.

Beleidskader

Op Europees niveau zijn de beleidsprocessen in de vervoerssector voornamelijk gericht op mitigatie van de klimaatverandering en vermindering van de milieueffecten van het vervoer, wat de aanpassing ten goede komt, maar niet specifiek de aanpassing.

Gezien het systemische karakter van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering zullen aanpassingsmaatregelen in het vervoer op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd met andere initiatieven van de Europese Green Deal, zoals de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit. Deze mobiliteitsstrategie legt samen met een actieplan de basis voor de manier waarop het vervoerssysteem van de EU zijn groene en digitale transformatie kan verwezenlijken en beter bestand kan worden tegen klimaatverandering. Het “Fit for 55”-pakket omvat wetgevingsvoorstellen en een beleidsinitiatief voor een herziening van het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS), met inbegrip van de uitbreiding ervan tot de scheepvaart, de herziening van de regels voor luchtvaartemissies en de invoering van een afzonderlijk emissiehandelssysteem voor wegvervoer en gebouwen.

De klimaatbestendigheid van het door de EU gefinancierde trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) wordt gewaarborgd door de EU-wetgeving inzake richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het TEN-T-netwerk. Het TEN-T-evaluatieproces van de Europese Commissie van 2019 heeft geleid tot de herziening van de verordening en de respectieve richtsnoeren. Het doel van dit evaluatieproces is de ontwikkeling van een efficiënt, veilig, slim en duurzaam vervoersnetwerk dat rekening houdt met digitalisering en dat de klimaatverandering aanpakt. Op basis van de resultaten van het evaluatieproces zal de herziene TEN-T-verordening in november 2021 door de Commissie worden opgesteld en voorgesteld.

Verbetering van de kennisbasis

De Europese klimaatrisicobeoordeling 2024 biedt een uitgebreide beoordeling van de belangrijkste klimaatrisico’s waarmee Europa vandaag en in de toekomst wordt geconfronteerd. Er worden 36 grote klimaatrisico’s vastgesteld die een bedreiging vormen voor onze energie- en voedselzekerheid, ecosystemen, infrastructuur, watervoorraden, financiële systemen en de gezondheid van mensen, ook gezien het risico voor de vervoerssector.

Het IPCC AR6 WG II-verslag Klimaatverandering 2022: Impacts, Adaptation and Vulnerability bestrijkt kwetsbaarheden en aanpassingsopties voor de vervoerssector binnen verschillende hoofdstukken, vanuit een mondiaal perspectief en vanuit verschillende regionale perspectieven, waaronder Europa, het Middellandse Zeegebied en het Noordpoolgebied. Vervoer wordt gezien als een onderdeel van bredere aggregaten, zoals stedelijke nederzettingen en belangrijke infrastructuur, voornamelijk in verband met de stijging van de zeespiegel of het ontdooien van de permafrost. De verstoring van de vervoersinfrastructuur is een belangrijke risicofactor binnen het representatieve kernrisico voor laaggelegen kustsystemen en voor de voedselzekerheid, gezien de relevantie van de mondiale voedselhandel. In het noordpoolgebied zal het vervoer naar verwachting te maken krijgen met ingrijpende veranderingen als gevolg van de klimaatverandering: de opening van nieuwe routes zal naar verwachting nieuwe kansen en nieuwe uitdagingen met zich meebrengen, zowel voor vracht- als voor passagiersschepen; Het ontdooien van de permafrost zal naar verwachting leiden tot grote verstoringen van de transportroutes over land in het Noordpoolgebied, met zeer beperkte mogelijkheden om doeltreffende aanpassingsoplossingen te implementeren.

De kennis van CCIVA in het vervoer in Europa wordt geleidelijk opgebouwd en versterkt door door de EU gefinancierd onderzoek en regelmatige beoordelingsprocessen door gerenommeerde organisaties, waaronder IPPC-beoordelingsverslagen, GEO-verslagen van het UNEP en verslagen van het Transport and Environment Reporting Mechanism (TERM) van het EEA.

In het AR5-verslag van de IPPC wordt erop gewezen dat voor de vervoerssector structurele aanpassingsmaatregelen, infrastructuurverbeteringen en rampenrisicobeheer worden aanbevolen, terwijl sommige aanpassingsmaatregelen aanzienlijke nevenvoordelen, synergieën en afwegingen kunnen inhouden.

De OESO speelt in op de uitdaging van aanpassing aan de klimaatverandering door regeringen te ondersteunen bij het plannen en uitvoeren van een doeltreffend, efficiënt en billijk aanpassingsbeleid. In 2016 publiceerde de OESO, in samenwerking met het International Transport Forum, het rapport Adapting Transport to Climate Change and Extreme Weather, waarin de fundamentele uitdagingen worden aangepakt die klimaatverandering met zich meebrengt voor eigenaren van vervoersinfrastructuur. Dit rapport onderzoekt strategieën die transportautoriteiten kunnen helpen de netwerkprestatierisico's in verband met veranderende extreme weerpatronen te verminderen.

De vervoersgerelateerde aspecten van de aanpassing aan de klimaatverandering worden ook behandeld in de TERM-verslagen van het EEA.  Het EEA-rapport Nature-based solutions in Europe: Beleid, kennis en praktijk voor aanpassing aan de klimaatverandering en beperking van het risico op rampen beschouwt duurzaam stedelijk vervoer als een integraal onderdeel van aangepaste en klimaatbestendige steden. Het EEA-rapport Adaptation of transport to climate change in Europe (Aanpassing van het vervoer aan de klimaatverandering in Europa) onderzoekt de huidige praktijken voor aanpassing aan de klimaatverandering met betrekking tot het vervoer in Europese landen. Het biedt een overzicht van de uitdagingen en de stand van zaken met betrekking tot aanpassingsmaatregelen, een evaluatie van verschillende initiatieven in verschillende landen en conclusies over mogelijke verdere stappen.

Onderzoeksprojecten gericht op de aanpassing aan de klimaatverandering van vervoer werden ondersteund in het kader van het Horizon 2020-programma en met name als onderdeel van de maatschappelijke uitdagingen op het gebied van slim, groen en geïntegreerd vervoer. Het hoofddoel van het project RESilient transport InfraSTructure to extreme events is het vergroten van de veerkracht van het vervoer bij natuurlijke en door de mens veroorzaakte extreme gebeurtenissen. Een ander project, Future proofing strategies FOr RESilient transport networks against Extreme Events, is gericht op het vergroten van de veerkracht van kritieke elementen van multimodale vervoersinfrastructuur zoals bruggen, tunnels en terminals. Het GIS-project Infrastructure Management System for Optimized Response to Extreme Events on Terrestrial Transport Networks heeft tot doel holistische methoden, strategieën, instrumenten en technische interventies te ontwerpen, te valideren en uit te voeren om de veerkracht van de binnenvaartinfrastructuur aanzienlijk te vergroten. de ontwikkeling van een beslissingsondersteunend systeem om de veerkracht van de vervoersinfrastructuur te vergroten op basis van gecombineerd gebruik van sensoren op het land en in de lucht; en geavanceerde modelleringstools is het hoofddoel van het PANOPTIS-project.

Ondersteuning van investeringen en financiering

In het meerjarig financieel kader (MFK) bedraagt de totale toewijzing van het programma Connecting Europe Facility – Transport 12,8 miljard EUR voor de hele programmeringsperiode 2021-2027. Deze middelen moeten worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur en het vergroten van de veerkracht ervan, met inbegrip van het TEN-T-netwerk.

Vervoersprojecten op nationaal niveau die onder meer tot doel hebben de veerkracht van het vervoer tegen klimaatverandering te vergroten, zullen via operationele programma’s financieel worden ondersteund door de financiële instrumenten van het cohesiebeleid van de EU. De totale toewijzing van de EU-bijdrage voor de hele programmeringsperiode bedraagt 274,3 miljard EUR.

In de vorige financieringsperiode 2014-2020 werd het cohesiebeleid ondersteund door de Europese structuur- en investeringsfondsen, en tot de investeringsprioriteiten, die relevant waren voor aanpassing in het vervoer, behoorden “netwerkinfrastructuur in vervoer en energie” met een totale begroting van 67,3 miljard EUR, en “Aanpassing aan klimaatverandering & amp; risicopreventie” met een begroting van 43,2 miljard EUR. De Europese Commissie heeft een factsheet gepubliceerd over klimaatverandering en grote projecten, waarin de vereisten en richtsnoeren met betrekking tot klimaatverandering voor grote projecten nader worden beschreven.

Het Civitas SUMP plus-project, gefinancierd door het Horizon 2020-programma, helpt burgers van elke omvang bij de uitvoering van plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit. Dit project creëert nieuwe benaderingen en hulpmiddelen in zes 'stadslaboratoria' zoals Antwerpen in België en Platanias in Griekenland. Goede praktijken en lessen die uit deze laboratoria zijn getrokken, zullen worden overgedragen aan politici, praktijkmensen en onderzoekers in de lidstaten en aan richtsnoeren en instrumenten.

Een voortzetting van Horizon 2020 is het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon Europa voor de periode 2021-2027, met een totale begroting van 95,5 miljard EUR. De structuur van het programma bestaat uit vier onderzoeksprioriteiten. Binnen de prioriteit “Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen” zullen de projecten in de vervoerssector worden gefinancierd in het kader van het thema “Klimaat, energie en mobiliteit”, met een totale begroting van 15,1 miljard EUR.

Een uitgebreid overzicht is te vinden op de pagina over de EU-financiering van aanpassingsmaatregelen.

Ondersteuning van de uitvoering

De belangrijkste maatregel om het vervoer in de EU minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering is het ontwikkelen en op grote schaal gebruiken van klimaatbestendige infrastructuurnormen. Vervoersinfrastructuur vormt de ruggengraat van het vervoerssysteem en de toepassing van deze normen zal ertoe bijdragen dat de infrastructuur bestand is tegen schadelijke gevolgen van de klimaatverandering, zoals overstromingen, sterke wind of extreem hoge temperaturen. De Commissie heeft met Europese normalisatieorganisaties samengewerkt om de normen voor de veiligheid en prestaties van infrastructuur in een veranderend klimaat bij te werken. Begin 2015 is de coördinatiegroep aanpassing aan klimaatverandering CEN-Cenelec opgericht naar aanleiding van het EU-mandaat om klimaatbestendige infrastructuurnormen te herzien en te ontwikkelen. In de eerste fase van dit normalisatieverzoek werden 13 normen geselecteerd voor herziening door technische comités, waarvan twee normen, namelijk elektrische en elektronische toepassingen voor spoorwegen en grondapparatuur voor vliegtuigen, betrekking hadden op de vervoerssector. In de tweede fase, die eind 2017 van start ging, werd de herziening van de normen voortgezet. Tegelijkertijd is de CEN-CENELEC-gids voor de aanpak van de aanpassing aan de klimaatverandering in normen ontwikkeld om technische comités te ondersteunen bij de herziening van normen met betrekking tot klimaatverandering. De Commissie heeft de lidstaten aangemoedigd om nationale normalisatie te betrekken bij de uitvoering van hun nationale aanpassingsstrategieën.

De Europese Commissie ondersteunt duurzame stedelijke mobiliteit door het concept van duurzame stedelijke mobiliteitsplannen (Sustainable Urban Mobility Plans, SUMP) te bevorderen, zoals uiteengezet in de mededeling Samen naar een concurrerende en hulpbronnenefficiënte stedelijke mobiliteit. Het algemene doel van SUMP’s is de levenskwaliteit van burgers te verbeteren door de belangrijkste milieugerelateerde vervoersuitdagingen in steden aan te pakken, zoals lucht- en geluidsverontreiniging, klimaatverandering en de integratie van nieuwe mobiliteitsdiensten. De uitvoering van SUMP’s zorgt ervoor dat het vervoerssysteem gediversifieerder en milieuvriendelijker wordt, zodat het ook beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering. De herziene versie van de richtsnoeren voor de ontwikkeling en uitvoering van een plan voor duurzame stedelijke mobiliteit is ontwikkeld naar aanleiding van een éénjarig proces van betrokkenheid van belanghebbenden.

MRE van aanpassing

Pan-Europese monitoring-, rapportage- en evaluatieprocessen in de vervoerssector vinden voornamelijk plaats met betrekking tot de beperking van de klimaatverandering, namelijk de koolstofintensiteit van het vervoer en de uitstoot van broeikasgassen (rapportage aan het UNFCCC), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in het vervoer of de milieuprestaties van het vervoer. Er is geen Europese, verplichte en op wetgeving gebaseerde rapportage die een overzicht biedt van de effecten, kwetsbaarheden en aanpassing van het vervoer in de EU-lidstaten.

In de toekomst moet de uitvoering van plannen voor duurzame stedelijke ontwikkeling regelmatig worden gemonitord en geëvalueerd volgens de SUMP-richtsnoeren om de doeltreffendheid en toegevoegde waarde voor de levenskwaliteit in steden en de aanpassing van het vervoer aan de klimaatverandering te maximaliseren.

Language preference detected

Do you want to see the page translated into ?

Exclusion of liability
This translation is generated by eTranslation, a machine translation tool provided by the European Commission.